Wat heb je nodig?
- Een tafel (bijvoorbeeld een klaslokaaltafel of een bureau).
- Een kleine prop papier, een pingpongbal, of een ander licht object dat kan rollen of schuiven.
- Eventueel wat boeken of ander materiaal om randen te maken (optioneel).
Spelregels:
Opstelling:
- Plaats twee spelers aan weerszijden van de tafel.
- Gebruik je handen, een liniaal, of zelfs een opgerolde krant als “batje” om de bal heen en weer te slaan.
Gebruik geen pingpongtafel – de gewone tafel uit het klaslokaal werkt prima.
Start van het spel:
- Begin met een serve: Eén speler tikt de bal zachtjes naar de andere kant van de tafel.
- Het doel is om de bal of prop over de rand van de tegenstander te krijgen zonder dat deze hem terug kan slaan.
Puntentelling:
- Als de bal van de tafel valt en de tegenstander hem niet kan terugslaan, scoor je een punt.
- Als een speler de bal mist of hem uit de tafelruimte slaat, gaat het punt naar de tegenstander.
De regels houden simpel:
- Het spel gaat door tot een van de spelers een afgesproken aantal punten heeft bereikt (bijvoorbeeld 10 punten).
- Voeg extra uitdaging toe door specifieke regels te maken, zoals "je mag alleen je linkerhand gebruiken" of "raak de bal niet harder dan een tikje."
Variatie:
- Speel met teams in plaats van individueel.
- Maak gebruik van obstakels: Plaats een boek of ander materiaal op de tafel waar de bal omheen moet gaan.
Tafel ping-pong

